About this Recording
8.555954 - French Flute Favourites
English  French  German  Dutch 

Le Rossignol de l'Opera

Le Rossignol de l'Opéra

 

De "Belle Epoque"…een uitdrukking die onvermijdelijk met een zekere nostalgie aan Parijs doet denken, aan de kiosken met hun orkesten, de volksbals en hun sfeer van vrolijke zorgeloosheid. Het is ook een uitzonderlijk rijke tijd voor het muzikale leven in Frankrijk. Naast een overvloed aan nieuwe polka's, mazurka's en walsen zien ook de prachtige meesterwerken van Gabriel Fauré en Claude Debussy het licht. De literatuur voor fluit uit die tijd kent vandaag een vernieuwd succes dank zij deze artistieke "dualiteit", waarbij diepe emoties met naïeve charme worden gecombineerd.

 

De fluit heeft als instrument nog alles te winnen in die periode. In de eerste helft van de 19e eeuw viert de virtuoos/toondichter hoogtij en met hem een overvloed aan briljante stukken die het ego van de vertolker strelen. Kamermuziek wordt door deze fluitisten niet geproduceerd en concertante sonates zijn eerder het werk van pianisten zoals Hummel, Czerny, Kuhlau of Moscheles. De grote componisten verwaarlozen de fluit maar het instrument zelf is zeer populair, met name in de burgerlijke middens. Amateurspelers werpen zich letterlijk op de vele duo's en trio's die in die tijd ter hunne intentie worden uitgegeven en dit succes zal het instrument dienen vanaf de jaren 1850 dank zij een verhoogde produktie aan divertimenti en salonstukken. De stukken winnen tevens aan verscheidenheid. Daar waar men vroeger uitsluitend indruk wenste te maken gaat de belangstelling nu ook uit naar het exotische, het burleske, het ongewone, het landelijke, het charmerende... Terzelfdertijd ontwikkelt ook het orkest zich, waarin de blaasinstrumenten beter tot hun recht komen. Hector Berlioz komt de eer toe deze "revolutie" als eerste te hebben bewerkstelligd. Deze evolutie wordt nog eens in de hand gewerkt door de opkomst van Paul Taffanel. Als buitengewoon solist, stichter van de "Société de Musique de chambre pour instruments à vents" (1879) ("Kamermuziekvereniging voor blassinstrumenten") en professor aan het Conservatorium van Parijs bestelt hij aan diverse componisten een gans nieuw repertoire. Voor de fluitisten is dit fenomeen de drijfveer geweest voor een vernieuwde interesse, het publiek is eerder aangetrokken door de "Belle Epoque"-sfeer. Maar hoe dan ook, wat Marc Grauwels ons hier aanbiedt is in zijn verscheidenheid zelf representatief voor deze periode.

 

Johannès Donjon (1839-1912), leerling van Jean-Louis Tulou, behaalde de prijs van het Conservatorium in 1856 en werd onder meer fluit-solo aan de Opera van Parijs en de Concertvereniging van het Conservatorium. Zijn offertorium voor fluit en piano -of harmonium, het kerkelijk karakter ervan indachtig!- draagt als nummer Opus 12 en werd in 1900 geschreven. Het werk is opgedragen aan Louis Dorus, voormalig professor aan het Conservatorium en grote verdediger van de Böhm fluit, bekend voor zijn stijl- en uitdrukkingskwaliteiten. Het Carnaval van Venetië Op. 14 van Paul-Agricole Génia (1832-1903) - eerste fluit van het Orkest van Vichy en vervolgens van het Italiaans Theater te Parijs - is al lang het stokpaardje van de fluitisten Geschreven voor kleine of grote fluit en opgedragen aan Eugène Damaré, de grootste virtuoos van de piccolo van dit "fin de siècle", auteur van de bekende "Rossignol de l'Opéra" en van wie Marc Grauwels in een andere opname: La Belle Époque de la Flûte, de overbekende polka uit "Le Merle Blanc" uitvoerde.

 

De naam van Benjamin Godard (1849-1895) is minder bekend bij het grote publiek doch de muziekliefhebber herinnert zich misschien zijn opera "Jocelyn" Op. 100, voor de eerste maal gespeeld in de Muntschouwburg van Brussel in 1888 en waarvan de "Berceuse" een groot succes kende. Hij schreef veel werken van allerlei aard met de meest sappige titels: Fantasia voor piano, Legendarische symfonie, Oosterse Symfonie, Sprookje, Braziliaanse,…Ondanks het vele kamermuziekwerk is er slechts één maar zeer geslaagd stuk voor fluit, de Suite Op. 116. Uitgegeven in 1890 en opgedragen aan Paul Taffanel ging het heel snel onderdeel uitmaken van het repertorium van de fluitisten dank zij onder andere de finale Wals. De eerste twee stukken van deze Suite zijn minder bekend maar trekken de aandacht dank zij hun sierlijkheid. De "Légende pastorale" en de "Sérénade à Mabel" behoren tot een ander drieluik "Scènes écossaises", oorspronkelijk geschreven voor hobo en piano in 1892 voor Georges Gillet. De "Légende" dankt haar landelijk karakter aan een soepel en licht decoratief motief gevolgd door een centraal zingend gedeelte dat zeer charmerend klinkt. De Sérénade is verwant met de Wals van het Op. 116, maar met meer terughoudendheid alhoewel met evenveel humor.

 

Charles Gounod (1818-1893) hoeft niet voorgesteld te worden. Zijn "Petite Symphonic" in Bes, voor fluit en blaasoktet, werd gecomponeerd voor de Kamermuziekvereniging voor blaasinstrumenten en voor het eerst uitgevoerd door dit ensemble op 30 april 1885, met Paul Taffanel voor de fluitpartituur. Met zijn uitzonderlijke bezetting bekleedt dit werk een bijzondere plaats in de gescheidenis van de muziek. Het werd pas in 1904 uitgegeven en is typisch Frans van schrijfstijl met humoristische trekjes die reeds aan Poulenc doen denken...Vrolijke en zelfs "goedschalkse" snelle bewegingen wisselen elkaar af en vormen een scherp contrast met de prachtige Cantilena voor fluit van het Andante.

 

Twee stukken voor twee fluiten vervolledigen dat programma. Het "Trio des jeunes ismaélites" een uittreksel uit het oratorio "L'enfance du Christ" Op. 25 van Hector Berlioz (1803-1869) is beter bekend. Hector Berlioz die compositie had gestudeerd bij Anton Reicha te Parijs kende niet alleen heel goed de blaasinstrumenten maar speelde ook zelf fluit…Het "Divertissement Grec" van Philippe Gaubert (1879-1941) werd oorspronkelijk geschreven met harpbegeleiding en verscheen in 1908. Het valt op dat deze t wee werken die met een tijdspanne van 50 jaar werden geschreven, alhoewel verschillend van karakter, eenzelfde inspiratiebron, de Oudheid aanboren. Ze worden beheerst door weemoed. Een gevoel dat ons vandaag naar de "Belle Epoque" drijft.

 

Denis Verroust


Close the window