Classical Music Home

Welcome to Naxos Records

 
Keyword Search
 
 Classical Music Home > Naxos Album Reviews

Album Reviews



 
See latest reviews of other albums...

Basia con fuoco, July 2019

Ooit eens gehoord van een compositiestijl genaamd ‘tintinnabuli’? Nee? Ik ook niet. Het werd bedacht door Arvo Pärt en is gebaseerd (ik citeer) op een ‘relatie tussen harmonie en melodie’. Zoiets als in de polyfonie van de vroege renaissance zeg maar, maar dan vermengd met de oude gezangen van de Russisch orthodoxe kerk. En met de associaties van de klank van de kerkklokken (tintinnabuli = klokjes, belletjes).

Volgens Pärt zijn eigen woorden: “de melodie en haar begeleiding zijn één. Eén plus één is één, en niet twee. En dit is het geheim achter deze techniek”… Hmmm… het zal wel. Arvo Pärt is immers immens populair en zijn werken vliegen de concertzalen in en de winkels uit. Het verwondert mij niet want de moderne mens is moe en toe aan het onthaasten, en daar leent zich deze tonale en spirituele muziek bijzonder goed voor.

De Johannes Passie werd al eerder opgenomen door o.a het Hilliard Ensemble, een bijzonder fraaie opname die volkomen terecht in 1989 een Edison kreeg. Om je met de Hilliards te kunnen meten moet je heel wat in je mars hebben en daar komt Tonus Peregrinus dicht in de buurt. Onder de leiding van Antony Pitt toont het ensemble zich de Engelse tradities waard. En dan zeuren we niet over de (te?) snelle tempi. © 2019 Basia con fuoco



Siebe Riedstra
Opus, November 2010
Op 27 november 1982 werd in München de Passio Domini nostri Jesu Christi secundum Joannem van Arvo Pärt voor het eerst uitgevoerd. In 1988 bracht het Münchense label ECM het werk uit op cd in een uitvoering onder leiding van Pärt-kenner van het eerste uur, Paul Hillier. Eenentwintig jaar later, in 2003, bracht het budget-label Naxos een nieuwe opname uit. Je mag ervan uitgaan dat van deze cd geen duizenden, maar tienduizenden werden verkocht. De kracht van Pärt ligt in zijn eenvoud en soberheid. Met een aan alle kanten ingebonden materiaal weet hij een ongekend boeiend verhaal te vertellen. Slechts een handjevol mensen is er voor nodig, vijf instrumentalisten (viool, hobo, cello, fagot en orgel) en tien zangers. Waar Paul Hillier nog gebruik maakte van een kamerkoor om de turbae (groepszangen) uit te voeren, geeft dirigent Antony Pitts deze taak aan de verzamelde solisten. Dat is niet het enige verschil, want de lengte van het werk, in de partituur aangegeven als 75 minuten, is bij Hillier 71, en bij Pitts 62. Aardig om te constateren dat een werk dat ogenschijnlijk zo weinig rek in de interpretatie te bieden heeft toch zo verschillend kan uitpakken. Dat ligt vooral aan de manier waarop Pitts de recitatieven aanpakt: de declamatie is wat vloeiender, wat minder strak dan bij Hillier. De kwaliteit van beide uitvoeringen ontloopt elkaar niet veel, het grootste verschil ligt in het feit dat Hillier in het solistenkwartet dat de Evangelist vertolkt gekozen heeft voor een mannelijke alt, en Pitts voor een vrouwelijke. Dat levert in de relevante passages een opvallend minder archaïsch klankbeeld op. De partituur geeft overigens duidelijk aan dat beide mogelijkheden legitiem zijn. De opnamekwaliteit van Naxos zowel als ECM is uitstekend.




Naxos Records, a member of the Naxos Music Group