Classical Music Home

Welcome to Naxos Records

Email Password  
Not a subscriber yet?  
Keyword Search
 in   
 Classical Music Home > Naxos Album Reviews

Album Reviews



 
See latest reviews of other albums...


Alois Van Tongerloo
Klassiek Centraal, January 2017

Nadat hij een drietal komische opera’s gecomponeerd had, voelde Ermanno Wolf-Ferrari (1876–1948) zich geroepen om het “meer ernstige” werk aan te vatten.

Refererend naar de traditie van het verismo, maar op zijn heel persoonlijke, eclectische manier, componeerde hij “I gioielli della Madonna” (1911). Het bleef bij een eenmalig experiment.

“Cenerentola” (1900), een vroege opera van Wolf-Ferrari, kende geen bijval in Italië en daarom trok hij naar Duitsland waar een herwerkte versie ervan wel succes oogstte. Daarna wendde hij zich tot 18de eeuwse komische onderwerpen en transformeerde werken van Carlo Goldoni (1707–1793) in de moderne tijd. Dit zorgde ervoor dat zijn werk vóór 1914 een enorm internationaal succes genoot. Na “I gioielli…” keerde hij terug tot zijn eerste inspiratiebronnen.

Zijn experiment, “I gioielli della Madonna”, is gebaseerd op een krantenartikel. Wolf-Ferrari deed er vier jaar over om het onderwerp tot een opera in drie bedrijven op een libretto van Zangarini en Golisciani uit te werken. Carlo Zangarini (1874–1943) werd bekend als librettist van Leoncavallo (“Zaza”), Puccini (“La fanciulla del West”) en Zandonai (“Conchita”). Enrico Golisciani (1848–1919) was een erg ervaren librettist; hij schreef voor Ponchielli (“Marion Delorme”), Giordano (“Marina”) en Cilea (“Gina”). “I gioielli…” sluit slechts ten dele aan bij de veristische traditie (wegens het diep-dramatisch realisme), maar verder vallen de lyrische ondertoon en Duitse invloeden bij het orkest op, naast het gebruik van elementen uit de volksmuziek. Omwille van de zo vele instrumentale en vocale schakeringen dringt een herhaald beluisteren van deze opname zich zonder twijfel op.

De operapremière geschiedde op 23 december 1911 in Berlijn (Kurfürstenoper) in het Duits: “Der Schmuck der Madonna”. De eerste voorstelling in het Italiaans was op 16 januari 1912 in Chicago en begin maart van dat jaar dirigeerde Toscanini in aanwezigheid van de componist eveneens een Italiaanse versie in de Met. Deze nieuwe opera kende een hele tijd behoorlijk wat uitstraling, hetgeen zeker te danken was aan sterzangeressen Maria Jeritza (1887–1982) en Rosa Raisa (1893–1963). Meer dan veertig jaren later, op 26 december 1953, volgde uiteindelijk de Italiaanse première in het Teatro dell’Opera di Roma. Dit uitstel zou te wijten zijn aan een veto uit het Vaticaan omwille van de heiligschennende inhoud, nl. de juwelenroof van de Madonna. Het intermezzo geniet overigens als concertstuk alsook op LP/CD enige populariteit.

In mei 2015 werd het werk eindelijk opgegraven en opgevoerd door het Slovenské Národné Divadlo / Slovaaks Nationaal Theater (Bratislava). Gelukkig werd deze opvoering opgenomen en uitgebracht op NAXOS. In tegenstelling tot de vermelding ‘World premiere recording’ bestaat er een volledige opname van een radio-uitzending met het BBC Philharmonic Orchestra onder leiding van Alberto Erede uit 1976 met o. m. Peter Glossop (Rafaele), Pauline Tinsley (Maliella) en André Turp (Gennaro). Inmiddels werd bekend dat er ook een volledige opname in voorbereiding zou zijn bij het merk CPO; dit zou een interessante vergelijking kunnen opleveren.

Het hele drama stelt het liefdesconflict tussen smid Gennaro en Rafaele, capo-camorrista van de lokale Napolitaanse camorra centraal. Eerste acte: een pleintje in Napoli. Er is heel wat vrolijke activiteit want vandaag feest men ter ere van de Madonna, Festa grande, gran baldoria. Gennaro maakt een kandelaar en zingt Madonna, con sospiri. Buitengedreven door Carmela, haar stiefmoeder, rent Maliella het huis uit, ze wil immers aan het stadsleven deelnemen, ontsnappen aan de sleur en ze zingt het opstandige lied Diceva Cannetella. Wanneer ze het koor van de camorristi die uit de richting van de zee opdagen waarneemt, danst ze een wilde dans. Gennaro en zijn moeder Carmela zingen een duet (T’eri un giorno ammalato; Benedicimi tu); hij gaat naar de Madonna om haar zegen af te smeken. Rafaele maakt Maliella het hof, ook terwijl de Madonna in processie arriveert. De smid zegt haar dat hij om harentwille zelfs heiligschennis zou willen uitvoeren, namelijk de juwelen van de Madonna stelen en Maliella ermede bekleden (Che cosa ti devo dare? Mi devo dannare per te? Vuoi che ti metta al collo i gioielli della Madonna?). De processie keert weer, allen knielen, maar Rafaele pikt Maliella’s uitgestrooide bloemen op, overhandigt deze aan haar en zij omklemt deze tussen haar lippen wanneer ze naar binnen gaat.

Tweede acte: de tuin van Carmela. Na een orkestraal intermezzo waarschuwt Gennaro Maliella, maar deze laatste wil vrij zijn: E ndringhete, ndranghete! Voglio far la pazza! Zij licht Gennaro in over de belofte van Rafaele maar hij verhindert haar ervandoor te gaan; zelf verdwijnt hij echter met verdacht gereedschap. Vanaf de zeekant arriveert Rafaele en hij zingt een serenade voor Maliella (Aprila, bella, la fenestrella!); beiden zingen ze vervolgens een liefdesduet (Sono un demonio buono) en morgen komt ze tot hem. Gennaro keert terug—hij heeft de juwelen van de Madonna gestolen… Maliella is verdwaasd, denkende aan de belofte van Rafaele werpt zij zich in Gennaro’s armen.

Acte drie: de schuilplaats van de camorristi nabij Napoli. Deze figuren van bedenkelijk allure, mannen en vrouwen, zingen en dansen. Rafaele komt binnen en beantwoordt hun vraag omtrent Maliella dat hij de eerste man zal zijn tot wie ze zich zal bekennen. Plots komt Maliella binnen (Rafaele! Aiuto! Salvami!) en geeft toe dat ze zich buiten zinnen bekende tot Gennaro. Rafaele laat haar vallen—hij wilde immers een wilde maagd—en slaat haar ten gronde, waarbij de juwelen van de Madonna eveneens op de voer belanden. Gennaro die haar gevolgd heeft, is eveneens totaal van streek. Maliella wordt hysterisch en slingert de juwelen naar Gennaro. Het rumoer van de diefstal verspreidt zich; Rafaele vervloekt haar en de camorristi verdwijnen op zijn bevel: Gente, fuggite. Maliella gaat zeewaarts om zich te verdrinken en Gennaro zing: Madonna dei dolori! Miserere di me! Zijn gedachten gaan naar zijn moeder Deh non piangere, o mamma mia; hallucinerend grijpt hij een mes en pleegt zelfmoord.

De nieuwe NAXOS-uitgave bevat spijtig genoeg geen libretto, wel een knappe introductie van Friedrich Haider en een synopsis. Via https://archive.org/stream/derschmuckdermad00wolf#page/6/mode/2upS kan het volledig libretto van de Duitse versie best geraadpleegd en gedownload worden.

Er zijn vrij veel bijrollen en ook een uitgebreid orkest nodig voor deze opera; des te verrassender is de keuze van het Slovaaks Nationaal Theater. Dirigent Friedrich Haider (1961) is echter een groot kenner van Wolf-Ferrari: hij signeerde reeds voor de opnamen van “Il segreto di Susanna” en zijn orkestwerken. Wolf-Ferrari was Duits-Italiaans, vandaar dat zijn stijl eclectisch is; de complexiteit van de orkestratie zorgt voor veel klankrijkdom, ook is er volksmuziek aanwezig. En Haider als geen ander brengt dit heel deskundig, niet alleen tot een algemeen publiek, maar ook voor de kenners die toch weer kennis maken met nieuwe nuances en aantrekkelijk timbres in alle drie bedrijven.

Maliella verlangt een sterke lyrisch-dramatische stem, Natalia Ushakova is een prachtige spinto; ze moet zich afzetten tegen het orkest in het eerste bedrijf, maar in de tweede en derde acte is ze schitterend. Het passionele, emotionele en ook wel tragische van de rol past perfect bij haar. Kyungho Kim als Gennaro is sober, maar wel gevoelvol en gegrepen. Indringend is zijn donker barytonaal timbre dat perfect past bij het personage; hij brengt zijn obsessie voor Maliella karaktervol tot de luisteraar. Overigens wat een finale in de derde acte. Daniel Čapkovič als Rafaele bezit een krachtige stem, ook verleidelijk, maar voorzeker klinkt hij gevaarlijk en laat zijn ware karakter zien in de derde acte. Hoewel zijn stem wat donkerder gekleurd mocht zijn, zet hij een technisch en interpretatief heel knappe prestatie neer. Susanne Bernhard is een karaktervolle Carmela die met veel emotie zingt. Met glans doorstaat deze nieuwe opname deze o.l.v. Erede, die een aangenaam vergelijkende versie biedt (en volledig te beluisteren is op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=uFCl5lAl80c&t=645s).

Niet alleen is deze opname een warme aanrader voor de liefhebbers van Wolf-Ferrari, want het is een unicum in zijn œuvre. De amateurs van het verismo kunnen zich verheugen, maar het stuk overstijgt deze kunstrichting, het kan immers psychoanalytisch geduid worden. Een ontdekking voor de operaminnaar waarbij de zangers zich ontplooien op een niveau dat al onze felicitaties verdient, en dat geldt niet alleen voor de hoofdrollen, maar ook voor de bijrollen en de koorpassages, zeker ook voor het orkest en zijn deskundige dirigent. In elk geval zal deze NAXOS-uitgave een referentieopname blijven voor toekomstige opnames. © 2017 Klassiek Centraal





Naxos Records, a member of the Naxos Music Group