Classical Music Home

Welcome to Naxos Records

 
Keyword Search
 
 Classical Music Home > Naxos Album Reviews

Album Reviews



 
See latest reviews of other albums...

Michel Dutrieue
Stretto, September 2020

Voor het programma op deze nieuwe cd kozen de musici voor twee versies van Beethovens Serenade en een arrangement van muziek van Beethoven van de hand van de fluitbouwer, Theobald Boehm. Verrassend. De uitvoerders zijn Music Luisa Sello (fluit), Bruno Canino (piano), Myriam Dal Don (viool) en Giuseppe Mari (altviool).

In de tijd van Mozart en de jonge Beethoven werd de term ‘serenade’ niet noodzakelijk geassocieerd met een stuk dat ‘s avonds werd gespeeld en gericht was op een geliefde. Serenades waren echter nog steeds stukken die voor bepaalde gelegenheden werden geschreven en vaak in open lucht werden uitgevoerd. In Wenen werd het gebruikelijk om dergelijke werken voor zeer kleine ensembles te componeren. Beethovens Serenade op. 25 voor fluit, viool en altviool, volgt het patroon van de grote serenades van Mozart doordat het opent en sluit met snelle bewegingen die ten minste één langzame beweging, gecombineerd met menuetten, omsluiten. De sonore kracht was weliswaar minder, bestaande uit enkel een fluit, een viool en een altviool, en de structuur van het werk was ook kleiner in omvang.

Het begin van de 19de eeuw was een tijdperk van stilistische veranderingen in de muziek, componisten gingen op zoek naar nieuwe vormen van expressie en tonale mogelijkheden, wat o.a. leidde tot innovatie op het gebied van de instrumentenbouw. Een groter klankspectrum en een grotere verscheidenheid aan technische mogelijkheden werden een nieuw ideaal.

Het programma op de cd laat het talent horen van de jonge Beethoven als componist van lichte en vermakelijke kamermuziek, aangenaam om te beluisteren. Zijn duo’s volgden, in de lijn van Mozart, de sonatevorm en dansbewegingen, terwijl de serenade de vorm aannam van een guitig, 18de-eeuws divertimento.

De Serenade voor fluit, viool en altviool op. 25 van Ludwig van Beethoven is een jeugdwerk vol humor en charme in de geest van zijn populair septet. Ze werd gecomponeerd rond 1801, hoewel er schetsen bestaan uit 1797 toen Beethoven ook zijn serenade op. 8 componeerde. Eind 1801 was het werk voltooid en begin 1802 werd het werk door de jonge uitgever G. Cappi, gedrukt. De Serenade van Beethoven verlegde de grenzen van het classicisme door impulsieve dynamische veranderingen en contrasterende motieven.

In 1803 arrangeerde de componist en klavierleraar, Franz Xaver Kleinheinz (1765-1832), de serenade voor fluit of viool en piano. Kleinheinz had zich in 1799 in Wenen gevestigd, waar hij Beethoven had leren kennen en was er de pianoleraar van Giulietta Guicciardi en van de zussen, Therese en Josephine Brunsvik. Beethoven verbeterde enkele passages en keurde het arrangement van Kleinheinz goed. Het werd in december 1803 door Hoffmeister & Kühnel in Leipzig gedrukt als op. 41. Met het opschrift ‘revue par l’auteur’, werd het arrangement al snel wijd verspreid. Net als Beethovens Septet uit dezelfde periode, had het werk een grote aantrekkingskracht op het publiek en was de verkoop ervan winstgevend voor hem.

Ter afwisseling van de twee versies van de Serenade, koos men voor het arrangement dat Theobald Boehms maakte voor luit en piano, van het adagio uit Beethoven Pianoconcerto nr.1 op. 15. Theobald Böhm (1794-1881) (foto) was nl. een Duitse uitvinder fluitvirtuoos en een componist van werken voor fluit, maar hij was voornamelijk fluitbouwer. Hij werd nl. bekend als de uitvinder van de moderne dwarsfluit. Al in 1810 had hij een kopie gemaakt van een vierkleppige fluit van de Dresdener fluitbouwer, August Grenser. In 1823 richtte hij samen met Rudolph Greve, in München, de werkplaats “Böhm & Greve” op. Overdag bouwde hij fluiten en ’s avonds speelde hij in het orkest. In 1831 maakte hij een tournee naar Parijs en Londen, maar na zijn studie akoestiek aan de Universiteit van München, maakte Boehm een nieuw soort fluit. Hij maakte nl. de toongaten groter, wijzigde de plaats van de toongaten en voegde kleppen toe met polsters eronder om de toongaten af te sluiten.

De kleppen werden net als eerder de ringen, opengehouden door een kleppensysteem met veren. De belangrijkste wijziging in 1847 betrof de boring van de fluit. Hij wijzigde deze van het tot dan toe gebruikelijk, cilindrisch kopstuk met conisch corpus, naar een conisch kopstuk met een cilindrisch corpus. Ook experimenteerde hij met verschillende materialen, tropisch hardhout, zilver, goud, nikkel en koper. In 1871 publiceerde hij “Die Flöte und das Flötenspiel”, een verhandeling over de akoestische, technische en muzikale eigenschappen van de fluit met Boehm-systeem, gevolgd door “Über den Flötenbau” in 1847.

Luisa Sello behaalde op zeer jonge leeftijd haar diploma fluit aan het Conservatorium van Udine. Ze studeerde daarna aan de Accademia Chigiana van Siena bij Severino Gazzelloni en aan de Académie Internationale de Nice bij Alain Marion. Na masterclasses bij Conrad Klemm, Glauco Cambursano en James Galway, was haar ontmoeting met de fluitist en docent Raymond Guiot, van fundamentele betekenis. Bij Guiot studeerde ze in de loop van vele jaren in Parijs en verdiepte ze haar kennis van de belangrijkste stukken van het solorepertoire voor fluit. Daarna vervolgde ze de studie interpretatie aan de prestigieuze school van dirigent L. Toffolo. Ze onderscheidde zichzelf onmiddellijk door haar frasering en geluidskwaliteit en begon een concertcarrière die haar aanwezigheid in talloze festivals en internationale concertseries.

Haar klassieke achtergrond wordt gecombineerd met kennis van het uitvoeren van oude muziek en de studie van de historische dwarsfluit, en met gespecialiseerde studie van de interpretatie van Bachs repertoire. Luisa Sello toonde ook een constante interesse in hedendaagse productie en werkte samen met tal van componisten (Franco Donatoni, Primoš Ramovš, Josef Anton Riedl, Salvatore Sciarrino) in première uitvoeringen van hun werken op festivals zoals de Biënnale van Venetië, de Klang-Aktionen München, Musikprotokoll Graz, Mittelfest. Luisa Sello doceert fluit aan het Conservatorium “Giuseppe Tartini” van Triëst. Ze is uitgenodigd om masterclasses en cursussen te geven aan de universiteiten van Wenen, Keulen-Aken en Graz, en aan de conservatoria van Moskou, Madrid en Buenos Aires. Sinds 1997 geeft zij les aan de Sommerkurse für Musik van St. Paul in Lanvanttal in Karinthië. © 2020 Stretto





Naxos Records, a member of the Naxos Music Group