Classical Music Home

Welcome to Naxos Records

Email Password  
Not a subscriber yet?  
Keyword Search
 in   
 Classical Music Home > Naxos Album Reviews

Album Reviews



 
See latest reviews of other albums...

Christo Lelie
European Piano Teachers Association

Voor de pianist die methodiekles heeft gehad of die zich in de uitvoeringspraktijk van de late achttiende eeuw verdiept zal de naam van Daniel Gottlob Türk (770-1813) gemeengoed zijn. Turks Klavierschule uit 1789 is immers een van de belangrijkste bronnen voor de uitvoeringspraktijk van klaviermuziek uit de periode tussen J.S. Bach en Mozart. Zo bekend als Turks Klavíerschule, zo onbekend is zijn compositorische oeuvre. Dat is onterecht, zo bewijst Michael Tsalka op twee recent uitgebrachte dubbel-CD’s met sonates van Turk.

Turk schreef deze sonates op het grensvlak tussen klavecimbel en clavichord enerzijds en de vroege fortepiano de Tangentenflügel anderzijds. Al deze instrumenttypen klinken op Tsalka’s CD’s. Hij gebruikte hiervoor zeldzame historische instrumenten uit twee Amerikaanse collecties. Op beide dubbel-CD’s profileert Tsalka zich als een technisch solide, zeer muzikale speler, die vooral in de langzame, empfindsame delen wonderschone expressiviteit aan den dag legt. Hij speelt even goed klavecimbel als davichord en fortepiano. Beide uitgaven zijn hoorbaar een product van grote verdieping in Turks wereld, die zich in deze werken vooral beweegt in de sfeer van C.Ph. Emanuel Bach. Tsalka is momenteel overigens in de weer met het bezorgen van Turks 48 Sonates voor Artaria Editions in Nieuw-Zeeland (www.artaria.com).

De nieuwste van beide dubbel-CD’s betreft de wereldpremière-opname van Türks voor de didactiek bedoelde Leichte Klaviersonaten (1783). Deze elf driedelige sonates en de tevens opgenomen Sinfonia nr. 6 zijn beknopt van omvang en geschikt voor de gevorderde amateur. Het is prachtig lesmateriaal om leerlingen met de stijl en uitvoeringspraktijk van de Rococo-muziek vertrouwd te maken en kan dienen als inleiding op het gaan studeren van de sonates van Haydn en Mozart. Tegelijk is het ook alleszins aantrekkelijke luistermuziek. De zekere eenvormigheid die er in deze werken wel is, wordt door Tsalka doorbroken door op vier verschillende historische instrumenten te spelen uit de Marlowe A. Sigal Collection (Newton Centre, MA, USA). De fraaiste daarvan is de fortepiano van Johann Andreas Stein uit 1784, een fraai klinkend instrument dat ook als model heeft gefungeerd voor veel replica’s. Hier horen we het origineel, dat schitterend klinkt. Een jaar jonger is een rijk beschilderde fortepiano van de Italiaan Vincenzo Sodi uit Florence. Dit instrument is gemaakt volgens de Weepse traditie. De basisklank is lyrisch; jammer is dat het mechaniek danig rammelt. Een ander uniek, maar qua bouwjaar (1820) feitelijk te jong instrument is de twee meter hoge staande piano van André Stem. Dit instrument klinkt overigens nog redelijk klassiek. Ten slotte bespeelt Tsalka een klavecimbel. Op zich past dat goed in deze muziek, maar een beetje vreemde keus is hiervoor een Engels exemplaar te gebruiken, gebouwd in 1781 door Burkat Shudi en John Broadwood. Met de Engelse klavecimbels had de Duitser Turk niet veel te maken. Wanneer de viervoet is ingeschakeld is de klank wat scherp en niet echt zuiver.

Op de in ?012 uitgebrachte dubbel-CD met de twee handen Sonates uit respectievelijk 1770 en 1777 gebruiktTsalka vijf instrumenten uit de collectie van het National Music Museum van de University  of South Dakota (USA), die gemiddeld veel beter klinken dan die op de hierboven besproken dubbel-CD uit 2013. De akoestiek en opnamekwaliteit van dit oudere deel zijn ook superieur aan het nieuwere. Daarbij zijn deze sonates, die niet voor de amateur en de lespraktijk maar voor de beroepsmusicus zijn gecomponeerd, toch aanzienlijk interessanter.

De bespeelde instrumenten zijn een Engels klavecimbel, maar nu een veel zangeriger instrument van Joseph Kirckman uit 1798, een spinet van de fameuze Johann Heinrich Silbermann uit Straatsburg, gebouwd in 1785 (dit instrument klinkt als een volwaardig klavecimbel!), een heel laat en groot clavichord van Paul Kraemer uit Göttingen gebouwd in 1804, een van de weinige resterende Tangentenflügcl van Spath-Schmahl uit 1784 die klinkt als een klavecimbel met graduele dynamiek, en ten slotte een zes-octaafs fortepiano van de Weense bouwer Anton Martin Thym. Dit is al een vroeg -romantisch instrument en dus onmiskenbaar te modern voor de ongeveer veertig jaar eerder geschreven sonates van Turk, maar het klinkt niettemin voortreffelijk onder Tsalka’s bekwame handen.

In het komende EPTA-congres zal Michael Tsalka een lecture-recital over Turk geven. Wie deze twee dubbel-CD’s eenmaal gehoord heeft zal zijn optreden in Amsterdam niet willen missen! © European Piano Teachers Association





Naxos Records, a member of the Naxos Music Group