Classical Music Home

Welcome to Naxos Records

Email Password  
Not a subscriber yet?  
Keyword Search
 in   
 Classical Music Home > Naxos Album Reviews

Album Reviews



 
See latest reviews of other albums...

Musicalifeiten, June 2017

Mikhail Glinka wordt vooral gezien als de oprichter van de Russische nationale school. Een dergelijke accolade is niet altijd veelzeggend, maar in zijn geval zijn er goede redenen om deze titel toe te kennen aan de componist van opera’s als Een leven voor de tsaar en Ruslan en Ludmilla.

Dat Glinka ook orkestwerkenm, ouvertures, een cantate, kerkmuziek, toneelmuziek, een strijkkwartet, een sextet, een pianotrio schreef, is minder bekend.

Ook zijn 29 pianowerken sluimerden in vergetelheid tot Inga Fiolia besloot ze compleet op te nemen. Ze begint met de Variatiewerken die het leeuwendeel van dat bestand uitmaken. Zelf schijnt hij in Italië te hebben geschitterd als improvisator op bekende operamelodieën en deze daaruit gekristalliseerde variatiewerken geven op zijn minst blijk van fantasie en vakmanschap. Veel hiervan catalogiseren we tegenwoordig als salonmuziek, maar het is wel salonmuziek die klasse en enige allure bezit. Echt van Russische origine zijn de variaties over ‘De nachtegaal’. Vreemd dat we niets weten over Cherubini’s opera Faniska. Meer dan de ouverture is daar niet van bekend.

De in Georgië geboren pianiste Inga Fiolia doet er vingervaardig en expressief alles aan om het belang van deze onbekende stukken van belang te maken. Weer mooi een repertoireniche ontsloten en wachten op deel 2 met Franse contradansen, fuga’s, mazurka’s, nocturnes, een tarantella, een impromptu en meer. © 2017 Musicalifeiten



Michel Dutrieue
Stretto, May 2017

De Russische pianist en componist Mikhail Glinka (1804–1857) was de stichter van de Russisch nationale school. Hij is vooral bekend gebleven om zijn opera’s “Een leven voor de tsaar” ook bekend als “Iwan Soesanin”, en “Ruslan en Ludmilla”. De pianomuziek van Glinka is daarentegen tot op vandaag weinig gespeeld en is dus nog grotendeels onbekend. De Russische pianiste Inga Fiolia besloot voor het label Grand Piano zijn pianocomposities integraal op te nemen. Voor haar eerste cd koos ze voor Glinka’s Variaties. Glinka componeerde deze gracieuze, verfijnde en modieuze salonmuziek (in de positieve betekenis van het woord), omdat hij een tijd lang in Italië als pianist op opera melodieën improviseerde.

In 1830 ging Glinka nl. op aanbeveling van een arts, met de tenor van de keizerlijke kapel Nikolai Kuzmich Ivanov, op reis naar Italië. De reis ging door Duitsland en Zwitserland voordat ze zich in Milaan vestigden. Daar volgde Glinka les aan het conservatorium bij Francesco Basili (1767–1850).

Basili was beroemd als componist van opera’s. Van 1827 tot 1837 was hij directeur van het Conservatorium van Milaan. Het was in die hoedanigheid dat hij als voorzitter van de commissie in 1832 de toen net geen 18-jarige Giuseppe Verdi uit Busseto examineerde maar besloot om hem de toegang tot het conservatorium te weigeren. Kort voor Verdi’s dood in 1901 werd het conservatorium van Milaan het “Conservatorio Giuseppe Verdi”…

Alhoewel Glinka in Turijn, Milaan, Napels en Venetië drie jaar lang naar zangers en zangeressen luisterde, vrouwen met zijn muziek charmeerde en er veel bekende mensen ontmoette, onder wie Bellini, Donizetti, Mendelssohn en Berlioz, realiseerde hij zich dat hij in Italië niet kon aarden en dat het zijn missie was om terug te keren naar Rusland om daar op een Russische manier te componeren en voor Russische muziek te doen wat Donizetti en Bellini voor de Italiaanse muziek hadden gedaan. In Milaan was hij immers beroemd geworden om zijn vermogen om op de piano de nuances van de stemmen van zangers en zangeressen te imiteren, waardoor hij de twee onderhoudende reeksen variaties op thema’s van Donizetti en Bellini componeerde. Eens terug in Rusland componeerde hij pianovariaties op “De Nachtegaal” in Russische stijl en componeerde hij in 1836 zijn opera “Een Leven voor de tsaar” in Russische bel canto stijl.

Alexander Aleksandrovich Alabiev (1787–1851) was een Russische componist bekend als één van de vaders van het Russisch Kunstlied. Hij componeerde er wel meer dan 200. Alabievs beroemdste Lied was “De Nachtegaal”, een lied op een gedicht van de Russische dichter en journalist Anton Delvig (1798–1831). Alabiev componeerde het in 1825 terwijl hij gevangen zat op beschuldiging van moord op een medespeler aan de roulette. Het Lied belandde in het Russisch bewustzijn als een volkslied en werd buiten Rusland bekend toen Rossini het introduceerde in Rosina’s zanglesscène in zijn “Barbier van Sevilla”. Naast Glinka componeerde ook Balakirev variaties op dit populair Lied en Franz Liszt maakte er een transcriptie van. Het was daarnaast, in zijn vroegste kindertijd, het lievelingslied van Tsjaikofski, omdat zijn moeder het vaak voor hem zong.

Als meervoudige prijswinnares op internationale wedstrijden en beschreven in de internationale pers als een dichteres aan de piano met opmerkelijke volwassenheid, studeerde de in Georgië geboren pianiste Inga Fiolia aan de Centrale Muziekschool en aan het Tsjaikofski Conservatorium in Moskou en in Keulen bij Alexey Nasedkin, Rudolf Kehrer en Vassily Lobanov. Als soliste speelde ze met de Brandenburg State Opera Philharmonic, de Brusselse Filharmonie, het Georgisch Staatskamerorkest en het Nationaal Filharmonisch Orkest, de Bergische Symphoniker en de Zuid-Westfaalse Filharmonie. Ze speelde tevens op tv- en radiostations, waaronder ZDF, ARTE, Classica TV, SWR, Deutschlandradio, WDR en de Georgische TV.

Op de cd staan Glinka’s Variaties in F op een oorspronkelijk thema uit 1824, Variaties in Bes op een thema uit de opéra comique “Faniska” (een opera over kozakken) voor het Theater am Kärntnertor in Wenen gecomponeerd door Cherubini uit 1827, Variaties in D op twee thema’s uit het ballet “Chao-Kang” van Kalkbrenner uit 1831, Variaties in A op een thema uit Donizetti’s “Anna Bolena” uit 1832, de tweede versie van de Variaties in Es op een thema uit Mozarts “Zauberflöte” uit 1856, de Variaties in E op het Italiaans volksliedje/romance “Benedetta sia la madre” uit 1825 (treft u ook aan als canzonetta bij Hans Sommer en in het “Italienisches Liederbuch” van Hugo Wolf), Variaties in a op het Russisch volksliedje “Sredi Dolinï Rovnïya” (‘In de lieflijke valleien’) uit 1826, Variaties in Bes op Bellini’s “I Capuletti e i Montecchi” uit 1832 en de Variaties in e klein op het Lied “Solovey” (‘De nachtegaal)’ van Alabiev uit 1833. Een belangrijke uitgave voor de geschiedenis van de pianomuziek in het algemeen en een belangrijke uitgave voor de Russische muziekgeschiedenis in het bijzonder. Innemend charmante pianomuziek, subliem gespeeld. Warm aanbevolen. © 2017 Stretto





Naxos Records, a member of the Naxos Music Group