Classical Music Home

Welcome to Naxos Records

 
Keyword Search
 
 Classical Music Home > Naxos Album Reviews

Album Reviews



 
See latest reviews of other albums...

Paul Herruer
Luister, October 2020

View PDF  


Michel Dutrieue
Stretto, June 2020

De celliste, Natalie Clein werd geboren in het Verenigd Koninkrijk en kwam op zestienjarige leeftijd in de belangstelling toen ze zowel BBC Young Musician of the Year werd als het Eurovisieconcours voor jonge muzikanten in Warschau won. Beschreven door The Times als ‘betoverend’ en ‘enorm gepassioneerd’, heeft ze een vooraanstaande carrière opgebouwd door regelmatig op grote podia en met orkesten over de hele wereld op te treden.

Op de cd staan Haydns Celloconcerto nr. 1 in C, Hob. VIIb:1 en het Celloconcerto nr. 2 in D, Hob. VIIb:2 (Op. 101), en het Adagio uit zijn Symfonie nr. 13 in D. Vóór 1800 werden slechts enkele belangrijke celloconcerti gecomponeerd, met uitzondering van werken van componisten als C.P.E. Bach, Haydn, Boccherini en Vivaldi. Vivaldi’s typisch inventieve en diverse cello-concerti o.a. voor piccolo cello, met hun mooie langzame bewegingen, waren vrijwel zeker de allereerste, ooit gecomponeerd voor dit instrument. De eerste celloconcerti werden na de eerste ontwikkeling van het concerto grosso, gecomponeerd in de barok, toen het instrument zijn bescheiden rol als onderdeel van de continuo groep verliet, om zijn plaats als solo-instrument in een concerto-bezetting op te nemen. Tijdens het klassiek en romantisch tijdperk werden verrassend weinig celloconcerti gecomponeerd, terwijl de 20ste eeuw een aantal van de grootste meesterwerken in het genre opleverde.

In 1755 kreeg Haydn een vaste betrekking als kapelmeester aan het hof van graaf von Morzin in “Lukawetz” (vandaag het Tsjechische “Lukavec”). In 1761 werd het orkest opgeheven en kwam Haydn naar Eisenstadt, in het huidige Oostenrijkse Burgenland, in dienst van vorst Paul II Anton Esterházy. Die werd een jaar later door zijn broer Nicolaas I Jozef opgevolgd. Haydn zou tot 1790 aan het orkest in het Paleis Esterházy verbonden blijven. Nicolaas I Jozef begon in 1763 aan de verbouwing van het slot te Eszterháza (nu Fertöd) in klassieke stijl, met o.a. een concertzaal voor wel 400 personen. Het prachtig slot kreeg de bijnaam “Hongaars Versailles”. Nicolaas I Jozef stichtte ook de muziekschool in Eisenstadt en nam in 1766 als opvolger van Gregor Joseph Werner, Joseph Haydn in dienst als kapelmeester.

Haydns Vioolconcerti bv. werden gecomponeerd ten tijde van het bewind van vorst Nicolaas I Jozef Esterházy van Galántha (1714-1790) (foto), vermoedelijk voor de solo violist/concertmeester van het hof orkest van dat moment, Luigi Tomasini. Haydn componeerde zijn eerste Celloconcerto tussen 1761 en 1765, voor zijn vriend, Joseph Weigl, die toentertijd de belangrijkste cellist van het Esterházy-orkest was. Haydn componeerde toen in de typische, galante sfeer van de hoofse muziek van de 18de eeuw. Slechts twee authentieke celloconcerti van Joseph Haydn zijn bewaard gebleven, een eerste in C, gecomponeerd in de vroege jaren 1760, maar pas herontdekt in 1961, en een tweede in D, gecomponeerd in 1783 voor Antonín Kraft, een cellist van het orkest van Prins Nikolaus Esterházy, in de typisch klassieke stijl van de jaren 1780.

De Symfonie nr. 13 componeerde Haydn in 1763 voor het orkest van prins Nicolaas I Jozef Esterházy in Eisenstadt. Het manuscript van deze symfonie met o.a. 4 hoorns, pauken en een opvallende cello- en fluit solo, bevindt zich in de Nationale Bibliotheek van Boedapest. Het hoofdmotief van de finale beweging is gebaseerd op de derde regel van de Gregoriaanse hymne Pange Lingua, die in Haydns tijd bekend werd door het leerboek “Gradus ad Parnassum” van Johann Joseph Fux. Het werd ook door Mozart gebruikt in zijn Missa brevis KV 192 en meesterlijk contrapuntisch verwerkt in de laatste beweging van zijn indrukwekkende Symfonie nr. 41, KV 551 “Jupiter”.

De hier opgenomen tweede beweging, Adagio cantabile, is enkel voor strijkers met een extra partij voor een solo-cello. Deze zachte beweging is geheel gebaseerd op de cantabile melodie voor de solo-cello en de begeleidende strijkers voeren alleen eenvoudige akkoorden uit die de basisharmonie ondersteunen. Haydn componeerde dit Adagio waarschijnlijk ook voor de cellist Joseph Weigl. Volgens de toen gangbare praktijk had de solo cellist waarschijnlijk ook ruimte voor improvisatie.

De Beierse en Oostenrijkse cellist, Joseph Franz Weigl (1740-1820) speelde nl. onder leiding van Joseph Haydn, die ook peetvader was van de zoon van de cellist. Joseph Weigl (1766-1846) jr. (foto). Hij studeerde bij Johann Georg Albrechtsberger, Mozart en Antonio Salieri, werd in 1792, kapelmeester aan het hoftheater in Wenen, en van 1827 tot 1838 was hij vice-kapelmeester van het hof. Weigl componeerde een aantal opera’s, zowel Italiaans als Duits en in verschillende genres, hoewel de meeste van zijn late werken religieuze muziek was. Zijn bekendste werk was de opera “Die Schweizerfamilie” (1809). Hij zette ook Emanuel Schikaneders libretto “Vestas Feuer” (1805) op muziek, nadat zijn goede vriend Beethoven, er 2 jaar eerder, slechts 2 nummers voor had gecomponeerd.

Antonín Kraft (1749-1820) (foto) was een goede vriend van Haydn, Mozart en Beethoven. Hij werd geboren in de Boheemse stad Rokycany van een Duitse Boheemse etnische familie die in het Tsjechisch was geassimileerd. Hij kreeg van zijn vader een vroege muzikale opleiding op de cello voor hij rechten ging studeren aan de universiteit in Wenen. Al snel verwierf hij een positie in de keizerlijke Hofkapelle. In 1778 werd hij benoemd tot cellist in het orkest van prins Nikolaus Esterházy, waar hij compositie studeerde bij Haydn. Nadat Esterházy in 1790 overleed, ontsloeg zijn opvolger, prins Anton Esterházy, helaas het grootste deel van het hoforkest.

Kraft ging naar Wenen en werd een van de oprichters van het Schuppanzigh Quartet. Hij speelde met zijn zoon, Nikolaus in het orkest van graaf Grassalkovich in Bratislava en vanaf 1796 in het orkest van Prins Joseph Franz von Lobkowitz. Kraft was een van de grootste cellisten van zijn tijd en zowel Haydns Celloconcert nr. 2 in D als de cellopartij in Beethovens Triple Concerto werden speciaal voor hem geschreven. Als componist schreef hij cellosonates (zes voor cello met bas uitgegeven als op. 1 en 2) en een cello-concerto (op. 4). Hij componeerde ook verschillende duo’s voor viool en cello (op. 3), voor cello en contrabas, en voor twee celli.

Deze live concertopname met Natalie Clein en het recreatie—Großes Orchestre Graz onder leiding van Michael Hofstetter, dompelt de luisteraar volledig onder in de klankwereld van Haydns tijd. Natalie Clein speelt nl. op een Guadagnini uit 1777 en besloot de geest van Haydns klankwereld weer te geven door op darmsnaren te spelen in plaats van op staal. Ze koos ook voor een lichtere strijkstok en ze improviseerde de cadensen, wat helemaal past bij de oorspronkelijke uitvoeringspraktijk van Haydns tijd. Daardoor combineert deze opname zowel een historische als een levende uitvoeringspraktijk.

De Britse celliste Natalie Clein (° 1977), dochter van een professionele violiste, begon op haar zesde met cellospelen. Ze studeerde aan de Talbot Heath School in Bournemouth, Dorset en studeerde bij Anna Shuttleworth en Alexander Baillie aan het Royal College of Music, waar ze de Queen Elizabeth/Queen Mother Scholarship ontving. Ze studeerde ook bij Heinrich Schiff in Wenen.

Clein werd bekend door het winnen van de BBC Young Musician of the Year-wedstrijd in 1994 met haar uitvoering van het Elgar Celloconcerto. Ze was de eerste Britse winnaar van het Eurovisieconcours voor jonge muzikanten in Warschau en speelde de Shostakovich Sonate en het concerto van Elgar. Haar andere prijzen zijn onder meer de Ingrid zu Solms Cultur Preis aan de Kronberg Academie 2003 en de Classical BRIT Award voor jonge Britse artiesten van 2005. Clein maakte haar concertdebuut in The Proms in augustus 1997, met het Celloconcert in C van Haydn met Sir Roger Norrington en het National Youth Chamber Orchestra of Great Britain. In 1999 werd ze uitgenodigd als een van de eerste artiesten die zich bij het BBC Radio 3 New Generation Artists-programma aansloot. Ze is ook een vaste kamermusicus met musici als Julius Drake, Charles Owen en Kathryn Stott, evenals met het Belcea Quartet, Jerusalem Quartet, Takács Quartet en het Nash Ensemble. Clein werkte samen met auteur Jeanette Winterson, bekend van “Oranges Are Not the Only Fruit”, aan een performance-stuk dat Bachs Goldberg-variaties gebruikt in combinatie met de tekst van Winterson. Ze werkte ook samen met choreograaf en danser Carlos Acosta.

Ze is een exclusieve artieste voor Hyperion en heeft de twee Celloconcerti van Camille Saint-Saëns en Blochs Schelomo en Bruchs Kol Nidrei met het BBC Scottish Symphony Orchestra opgenomen. In januari 2017 verscheen een solo-cd met werken van Bloch, Ligeti en Dallapiccola. Eerder bracht ze al drie cd’s uit voor EMI. Ze speelde samen met de Philharmonia, Hallé, Bournemouth Symphony, City of Birmingham Symphony, BBC National Orchestra of Wales, Montreal Symphony, Orchestre National de Lyon, New Zealand Symphony en Orquesta Filarmónica de Buenos Aires, en dit o.l.v. Sir Mark Elder, Sir Roger Norrington, Gennady Rozhdestvensky, Leonard Slatkin, Stéphane Denève en Heinrich Schiff. Ze is een groot recital en kamerartiest en heeft een reeks concerten samengesteld voor BBC Radio 3 in LSO St Luke’s. Ze werkt regelmatig samen met hedendaagse componisten als Thomas Larcher, Brian Elias en Dobrinka Tabakova. In 2015 werd Natalie Clein voor 4 jaar benoemd tot Artist in Residence. In het kader van deze functie zal zij een concertreeks samenstellen. Ze is artistiek leider van het Purbeck International Chamber Music Festival (Dorset, VK) en ze speelt op de “Simpson” Guadagnini cello (1777). Het Recreation—Großes Orchestre Graz brengt muzikanten uit vele Europese landen samen en verenigt vele gastmuzikanten over de grenzen heen.

Michael Hofstetter (°1961) was als dirigent verbonden aan opmerkelijke operahuizen en festivals en wordt beschouwd als een expert in historische uitvoeringen. Geboren in München, studeerde hij orgel, piano en directie aan het Richard Strauss Conservatorium in zijn geboortestad. Hij werkte als Kapellmeister bij het Staatstheater Wiesbaden en was van 2005 tot 2012, de chef-dirigent van het festival Ludwigsburger Schlossfestspiele waar hij zelden gespeelde opera’s uitvoerde en opnam, waaronder Salieri’s opera “Les Danaïdes” in 2006, en in 2008, de première van ETA Hoffmanns “Liebe und Eifersucht”. Ook voerde hij daar in 2011, Verdi’s “Il trovatore” uit met historische instrumenten. Van 2006 tot 2012 was hij chef-dirigent van het Stuttgarter Kammerorchester en dirigeerde premières van werken van Moritz Eggert en Helmut Oehring. Vanaf 2012 was hij Generalmusikdirektor bij Theater Gießen. Hij was van 2012 tot 2017 chef-dirigent van het orkestrecreatie—Großes Orchestre Graz en hoogleraar orkestdirectie en oude muziek aan de Hochschule für Musik in Mainz. © 2020 Stretto





Naxos Records, a member of the Naxos Music Group