Classical Music Home

Welcome to Naxos Records

 
Keyword Search
 
 Classical Music Home > Naxos Album Reviews

Album Reviews



 
See latest reviews of other albums...

Michel Dutrieue
Stretto, June 2019

De schitterende, romantische opera, “Hans Heiling” van Heinrich Marschner, werd in februari 2018 op het podium van het Aalto Muziektheater in Essen opgevoerd. De regie van Andreas Baesler werd met gemengde gevoelens ontvangen, maar in de recensies was de muzikale uitvoering unaniem positief, vooral voor de prestatie van het orkest o.l.v. Frank Beermann. Hier ook.

Het Aalto-Musiktheater in Essen (foto) opende op 25 september 1988 feestelijk haar deuren met Richard Wagners “Die Meistersinger von Nürnberg”. Het prachtig theater wordt voornamelijk gebruikt voor opera en ballet, maar ook voor concerten en gala’s. Het ontwerp van de Finse architect Alvar Aalto was de unanieme winnaar in een wedstrijd in 1959, maar de bouw van het door Horst Loy en Harald Deilmann bijgewerkt ontwerp, begon pas in 1983, zeven jaar na het overlijden van Aalto. Een kenmerk van het ontwerp van het auditorium is de asymmetrie en de indigo blauwe kleur van de stoelen. De artistiek directeur (Intendant) en muziekregisseur (Generalmusikdirektor) van 1997 tot 2013 was Stefan Soltesz. Hij werd opgevolgd door Hein Mulders. Na een enquête onder 50 critici in 2008, verklaarde het tijdschrift “Opernwelt” dat het Aalto Theater, het beste operahuis in de Duitstalige landen was, en dat het de titel “Opera House of the Year 2008” kreeg. Dit jaar kreeg Opera Vlaanderen deze titel.

“Hans Heiling” is een Duitse romantische opera in 3 akten met een proloog (“Vorspiel”) op een libretto van de bariton, Eduard Devrient (foto), die op de première in de Königliche Hofoper (nu de Staatsopera) in Berlijn, op 24 mei 1833, ook de titelrol zong. De rol van Anna werd gezongen door de toen heel beroemde, Weense sopraan, Therese Grünbaum. Devrient had zijn libretto eerst aan Mendelssohn aangeboden. Mendelssohn ging er niet op in, waarna Devrient bij Marschner aanklopte.

Het werd Marschners (1795-1861) meest succesvolle opera en ze schonk de componist een aanzienlijke reputatie, hoewel dit geen wezenlijke invloed had op zijn positie in Hannover, waar hij muziekdirecteur was van het Hof Theater. Na opera’s (“grosse romantische Opern”), zoals “Der Vampyr” (gebaseerd het op het toneelstuk “Der Vampir oder die Totenbraut” uit 1821 van Heinrich Ludwig Ritter, en de novelle “The vampyre” van John Polidori uit 1819), en “Der Templer und die Jüdin” (naar Walter Scotts “Ivanhoe”), kon hij zich met “Hans Heiling” consolideren als een heel belangrijke, beroemde en succesvolle componist. Weet bv. dat de gevel van de Weense Staatopera aan de zijde van de Ring, gedecoreerd is met beelden naar personages en scènes uit “Hans Heiling”, en dat er zoiets bestaat als de “Hans-Heiling-Felsen” (foto), granieten rotsen (Svatošské skály) aan de rivier, de Eger, ten westen van Karlsbad/ Karlovy Vary, in Tsjechië.

Net als zijn ander groot succes, “Der Vampyr” uit 1828, maakt de plot van Hans Heiling gebruik van bovennatuurlijke elementen. Zoals bij verschillende van zijn opera’s, was ook “Hans Heiling” gebaseerd op een volkslegende. Het sprookje over Hans Heiling was bekend en werd o.a. in de verzameling van de gebroeders Grimm opgenomen. Hans Heiling is volgens een 16de eeuws verhaal, de zoon van de koningin van de aardgeesten. Hij is verliefd geraakt op Anna, een aards meisje. Hans neemt een aardse verschijning aan, maar Anna verkiest haar jonge minnaar Konrad boven deze vreemdeling. Een blik in het toverboek dat Hans bij zich draagt, jaagt Anna nog meer schrik aan. De koningin van de aardgeesten, verzoekt Anna niet met haar zoon Hans te trouwen.

In de regie van Andreas Baesler is de titelrol gevormd naar het beeld en gelijkenis van de legendarische Alfried Krupp (foto), en is zijn moeder gemodelleerd naar Berta Krupp, de moeder van Alfried (foto). De aardgeesten zijn mijnwerkers en zelfs Sint Florian, de patroon van schoorsteenvegers en brandbestrijders, moet wijken voor Sint Barbara, patrones van o.a. mijnwerkers. De H. Barbara is immers de beschermheilige van tal van gevaarlijke beroepen.

Voor het eerst opgevoerd in 1833 ten tijde van de doorbraak van de industriële revolutie, was “Hans Heiling” niet alleen een magische Toveropera, maar ook een reflectie op de arbeiders en mijnwerkers. Naar aanleiding van de sluiting van de laatste actieve kolenmijn in het Ruhrgebied in 2018, is dit onderwerp opnieuw actueel. Vandaar de regie. Dit is een enscenering voor Essen en voor het Ruhrgebied”, zegt regisseur Andreas Baesler. Zijn verbondenheid aan het Ruhr gebied is vooral duidelijk door de deelname van het authentiek “Bergwerkorchester Consolidation” uit Gelsenkirchen.

In de wel twintig minuten durende proloog maakt Hans Heiling, koning van de onderwereld, bekend dat hij naar de bovenwereld vertrekt om te kunnen trouwen met Anna. Het toneel toont een mijnschacht, een “von trübem rötlichen Licht erhellte unterirdische Höhle”, met op de achtergrond een kopie van het paleis van de Krupps, de indrukwekkende “Villa Hügel” (foto) in Essen. In hun ondergrondse gangen graven de geesten van de aarde naar schatten. Maar hun koning Hans Heiling heeft andere gedachten. Hij gaat naar de mensenwereld met juwelen en zijn toverboek en laat zijn magische oorsprong achter om te kunnen trouwen en om een menselijk bestaan te kunnen leiden.

Zowel literair als muzikaal was ‘Hans Heiling’ een heel belangrijk werk uit de Duitse operageschiedenis. De opera was nl. een verbindende schakel tussen de opera’s van Carl Maria von Weber, Otto Nicolai, Albert Lortzing, Coradin Kreutzer en Ludwig Spohr, en deze van Richard Wagner, in wiens werken Marschner nog weergalmde, bv. in de demonische figuur van de ‘Hollander’ of in de ondergrondse mijn (“Kluft aus der ein schwefliger Dampf hervorquillt”), “Nibelheim”, van de Nibelungen. Wagners “Grosse Romantische Oper”, “Die Feen” uit 1833, was daarenboven gemodelleerd naar deze van de Duitse romantische opera, in de lijn van Carl Maria von Weber, Heinrich Marschner en Conradin Kreutzer, en veel van de muziek was nog sterk Beethoveniaans (“Fidelio”).

Ook in 1833 werd het eerste muzikaal drama van de toen 20-jarige Wagner opgevoerd. Het betrof een aria ‚Wie ein schöner Frühlingsmorgen‘ met een nieuw allegro: ‚Doch jetzt, wohin ich blicke, umgibt mich Schreckensnacht‘, dat Wagner had gecomponeerd voor Marschners opera “Der Vampyr”. Het thema uit de aria van de koningin in 2de akte van “Hans Heiling” op de woorden “Sonst bist du verfallen”, werd door Wagner gebruikt in de 2de akte van “Die Walküre”, als het enigszins gewijzigd leidmotief dat bij de wederzijdse, beklemmende vragen en antwoorden vaak wordt herhaald, wanneer Brünnhilde verschijnt aan Siegmund. Als Brünnhilde ontroert geraakt door Siegmunds oprechte liefde voor Sieglinde, kiest ze niet voor Hunding, maar kiest ze voor de liefde en beschermt ze Siegmund.

Marschner plaatste in zijn “Hans Heiling” de ouverture na een uitgebreid voorspel en wisselde recitatieven (“Sprechgesang”) af met gesproken dialogen. De opera waarvan het verhaal zich afspeelt in de 14de eeuw in het Boheems Ertsgebergte, een bergketen die nu de grens vormt tussen Duitsland (Saksen) en Tsjechië, steekt vol uitzonderlijke, muzikale momenten. Ontdek bv. het Bauernchor („Juchheisa“) in de 1ste akte, en het Melodrama van Gertrud, (“Des Nachts wohl auf der Haide“), de Bauern-Hochzeitsmarsch und Steigerlied, het Lied mit Chor en het “Gesang in der Kapelle”, in de 3de akte. Andere hoogtepunten zijn Heilings aria, “An jenem Tag” in de 1ste akte, de aria van de Koningin, “O bleib bei mir”, Anna’s scène en aria, “Einst war so tiefer Freude”, het duet tussen Conrad en Anna, “Ha! dieses Wort”, en Heilings “bezwering, “Herauf”.

Een schitterende Rebecca Teem (eerder een opvallende Brünnhilde in Lübeck) als Die Königin der Erdgeister, wordt geflankeerd door een al even schitterende bariton, Heiko Trinsinger, een gewezen lid van het Dresdner Kreuzchor (Hans Heiling), Jessica Muirhead als Anna, en Bettina Ranch als haar moeder, Gertrude. Zij worden begeleid en ondersteund door het indrukwekkend koor van het Aalto-Theater en de Essener Philharmoniker, gedreven en bezield gedirigeerd door Frank Beermann. Tussen 2002 en 2016 dirigeerde Beermann (°1965) verschillende Wagner opera’s met de Nordwestdeutsche Philharmonie in het Stadttheater van Minden aan de Wezer (Noordrijn-Westfalen). Dat is er aan te horen. Een geweldige, volle en toch transparante orkestklank. Niet te missen! © 2019 Stretto





Naxos Records, a member of the Naxos Music Group